Met het uitbrengen van de film De Holocaust trein gaan Bert Doorenbos en zijn actiegroep Schreeuw om leven een grens over. Het debat gaat niet meer over abortus, maar over de slechtheid van vrouwen die een zwangerschap laten afbreken en artsen die de behandeling uitvoeren.
De Holocaust trein is een propagandafilm die beelden aaneenrijgt over Darwins evolutietheorie, eugenetica, geboortebeperking, het doden van zieken en gehandicapten door het Naziregime en het systematisch uitmoorden van de Joodse bevolking en dit alles doortrekt naar de individuele beslissingen van vrouwen om een zwangerschap wel of niet af te breken. Doorenbos noemt artsen die meewerken aan abortus en euthanasie “dezelfde mensen en mensen met dezelfde denkbeelden” als degenen die meewerkten aan de Holocaust.
Centra voor Anticonceptie, Seksualiteit en Abortus (CASA) maakt zich zorgen over de radicalisering die Doorenbos met deze film laat zien. Directeur Bert van Herk: “Eerst stonden Doorenbos en de zijnen voor abortusklinieken te bidden. De laatste jaren worden ze steeds opdringeriger, willen vrouwen die klinieken in en uit gaan folders in de handen duwen en doen alles om met ze in gesprek te gaan. Een paar jaar geleden werden kleine plastic poppetjes gemaakt in de vorm van een kleine foetus die mensen ervan moeten doordringen hoe erg abortus is. De poppetjes werden ongevraagd aan mensen toegestuurd of in brievenbussen gestopt. Deze actie leidde niet tot een debat over abortus, maar wekte vooral verontwaardiging over de gebruikte methode. Kennelijk raakt Doorenbos gefrustreerd door het gevoel dat zijn boodschap niet aankomt. Dus neemt hij nu een nog meer radicale stap door abortus te verbinden met de Holocaust.”
In de Joodse gemeenschap is verontwaardigd gereageerd op de film. Doorenbos wordt verweten dat hij het leed van de Holocaust misbruikt voor zijn eigen doeleinden.
Bert van Herk van CASA Klinieken begrijpt de emoties die de film in de Joodse gemeenschap teweegbrengt. Daarnaast uit hij zijn zorgen over de radicalisering van Doorenbos: “Abortusklinieken worden ‘moordklinieken’ genoemd, kinderen onder de dertig jaar ‘abortusoverlevenden’, artsen die abortus uitvoeren worden als onmensen bestempeld die op één lijn staan met massamoordenaars. Er kunnen mensen zijn die daardoor op het idee worden gebracht om extreme dingen te gaan doen. Tot nu toe is in Nederland geen geweld gebruikt door anti-abortus activisten, maar dat is geen garantie dat het zo blijft.” Hij doet een beroep op Doorenbos om het debat op een zakelijke manier te blijven voeren en met argumenten te komen, in plaats van door met propaganda alleen maar op emoties te spelen.