abortus arte provocatus

De Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) biedt sinds 1984 het wettelijk kader voor de abortushulpverlening in Nederland. Inmiddels bestaat al meer dan 40 jaar ervaring met medische hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen in gespecialiseerde abortusklinieken. Meer dan 90% van alle zwangerschapsafbrekingen wordt in deze klinieken verricht en de overigen in ziekenhuizen.
In de loop der tijd hebben zich enkele technische ontwikkelingen voorgedaan zoals de introductie van de echoscoop en de verbetering van de pijnbestrijding. Naast de mechanische abortustechniek is er een medicamenteuze methode toepasbaar voor een zwangerschap van minder dan 8 (sommige klinieken 9) weken amenorroe (AM): de zogenaamde“abortuspil”.
Recente cijfers van het NISSO tonen aan dat demografische ontwikkelingen van grote invloed zijn op het totale aantal abortussen per jaar. Instroom van bevolkingsgroepen vanuit landen met een andere medische geschiedenis veroorzaken een aanzienlijke toename. Goed anticonceptiegebruik is onder hen vaak niet vanzelfsprekend en behoeft goede begeleiding.
Dit artikel heeft tot doel nadere informatie te verschaffen over de toepassing van de abortuswet, het omgaan met de besluitvorming van de cliënte, de mogelijkheden van pijnbestrijding, de rol van de echoscopie en de verschillende methodes van zwangerschapsafbreking. De rol van de huisarts bij begeleiding, verwijzing en nazorg komt daarbij ook aan de orde


De WAZ

De Wet Afbreking Zwangerschap (1984) draagt de sporen van zijn ontstaansgeschiedenis als compromis tussen liberale en christelijke opvattingen van de toenmalige regeringspartijen, VVD en CDA. Ondanks de politieke formuleringen valt er in de praktijk redelijk goed mee te werken. Het zwaarst weegt de conclusie dat de vrouw beslist. Zo levert een van de meest bekritiseerde elementen die dit uitgangspunt lijkt te willen afzwakken, de 5 dagen wachttijd, meestal geen problemen op. De wachttijd gaat in bij het eerste bezoek aan de huisarts. Bovendien geeft de WAZ aan dat bij dreigend gevaar voor de gezondheid van de vrouw de wachttijd niet aangehouden hoeft te worden. Bij afbreking van de hele korte zwangerschap (de overtijdbehandeling) worden vrouwen ook niet belast met verplicht wachten. Bij de evaluatie van de WAZ in 2005 is geadviseerd om deze als betuttelend ervaren verplichte wachttijd af te schaffen. Door obstructie van de christelijke politieke partijen is dit advies niet opgevolgd.
In de WAZ is het stellen van de abortusindicatie geregeld. De abortusarts dient zich er van te overtuigen, dat er sprake is van een in vrijheid genomen, weloverwogen en gewetensvolle beslissing. Bovendien ziet hij erop toe dat de vrouw op de hoogte is gesteld van eventuele alternatieve oplossingen en geen andere oplossing ziet dan zwangerschapsafbreking. Tenslotte bepaalt de vrouw zelf  of haar ‘noodsituatie’ zodanig ernstig is dat zwangerschapsafbreking de enige mogelijkheid is.
De WAZ heeft geen betrekking op een zwangerschap die wordt beschouwd als nog niet volledig geïmplanteerd. De “morning after” pil valt dan ook niet onder de werkingssfeer van deze wet.
In de WAZ  zijn de vergunningsvoorwaarden voor abortusklinieken geformuleerd en de wijze van rapporteren aan de overheid van allerlei statistische gegevens die controle mogelijk maken. De meeste klinieken hebben een vergunning voor zwangerschapsafbreking tot een zwangerschapsduur van ten hoogste 13 weken. Een beperkt aantal klinieken heeft een uitgebreide vergunning waarmee abortus verricht mag worden tot 23 weken AM. Dit betekent dat men in de praktijk behandelt tot 22 weken AM, omdat rekening wordt gehouden met een foutmarge bij de diagnostiek.

Besluitvorming: de rol van de huisarts

Een groot deel van de vrouwen die niet gelukkig zijn met de bevinding zwanger te zijn, wendt zich tot de huisarts. Het is de taak van de huisarts om begripvol met de betrokkene te zoeken naar de oorzaken van haar aarzelingen, onzekerheden of angsten en om orde te scheppen in de argumenten voor en tegen voortzetting van de zwangerschap. Er ontstaan vaak diepgaande gesprekken over het persoonlijk leven van de cliënte waarbij soms onverwachte informatie naar voren komt bijvoorbeeld over mishandeling, incest of buitenechtelijke relaties van de vrouw of haar partner. Het feit dat de WAZ de vrouw het soevereine beslissingsrecht geeft, is voor de meeste vrouwen een geruststellende gedachte. Anderzijds vergroot het bij onzekere vrouwen soms het gevoel van eenzaamheid, als men zich realiseert dat de dokter noch de partner meebeslist.
Verwijzing naar een abortuskliniek betekent niet dat in alle gevallen een abortus verricht zal worden. Ter plaatse wordt alsnog beoordeeld of de wens tot zwangerschapsafbreking ongedwongen en weloverwogen tot stand is gekomen. Een andere verwijsmogelijkheid is het FIOM dat de deskundigheid in huis heeft zowel om vrouwen bij te staan in de besluitvorming als om voorlichting te geven over financiële en andere consequenties van het moederschap.
Indien de huisarts principieel niet wil meewerken aan een eventueel besluit tot abortus provocatus dan dient hij dat mede te delen aan de cliënte en een verwijzing naar een andere arts te organiseren. Helaas komt het nog steeds voor dat huisartsen hun neutraliteit bij de begeleiding van de besluitvorming van de cliënte laten varen en negatieve gevolgen voor de vrouw suggereren.

Jonge Minderjarigen

In de Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO) is geregeld dat met een 16-jarige een zelfstandig geneeskundig contract afgesproken kan worden. Meisjes van 13, 14 en 15 jaar  kunnen in principe niet behandeld worden zonder toestemming van de ouders.
Indien het meisje aangeeft dat inlichten van haar ouders haar belang ernstig zou schaden, dan is het niet mogelijk die toestemming te vragen. Het gegeven dat ze geen maagd meer is kan bijvoorbeeld tot ernstige repercussies leiden. In die gevallen is het wellicht mogelijk iemand anders uit de directe omgeving erbij te betrekken: een oudere zus, tante of lerares.
Het is van belang dat de huisarts zijn bevindingen vermeldt in de verwijsbrief. De abortusarts zal andere deskundigen, bijvoorbeeld van het FIOM, bij de afweging betrekken. Bij een dergelijk dilemma wordt alleen tot aborteren overgegaan, als naast de abortusarts ook de huisarts of een andere deskundige van mening is dat dit de beste oplossing is voor de cliënte.

Intraveneuze sedatie (IVS) en pijnbestrijding

De ontwikkeling van sedativa/hypnotica met korte werkingsduur heeft het mogelijk gemaakt dat eventueel ook zonder aanwezigheid van een anesthesioloog veilige IVS gegeven kan worden. Propofol (Diprivan®) heeft daarbij midazolam (Dormicum®) verdrongen, omdat de diepte van de sedatie daarbij veel beter te reguleren is. Goede lokale verdoving is daarbij wel geïndiceerd, omdat propofol geen pijnstillende werking heeft. Gestreefd wordt naar een sedatieniveau waarbij de vrouw niets van de ingreep merkt, maar gemakkelijk gewekt kan worden of zelfs aanspreekbaar is. Het CBO organiseerde in 1999 een consensusvergadering waarin abortusartsen en anesthesiologen overeenkwamen onder welke voorwaarden niet-anesthesiologen IVS kunnen geven. Er zijn ook klinieken waar anesthesiologen de sedatie verzorgen. De Oosterparkkliniek is daar één van.

De keuze voor een bepaalde vorm van pijnbestrijding is in de eerste plaats afhankelijk van de individuele cliënte.

Motivaties die aangevoerd worden voor uitsluitend lokale verdoving zijn:
- het bewust meemaken van de procedure
- het korter verblijven in de kliniek na de behandeling
- het zelf auto kunnen besturen na de behandeling
- het niet nuchter hoeven te zijn
- een contra-indicatie voor IVS, bijv. ernstige astma of overgewicht
- de angst voor een “roesje” (IVS), de angst voor een venapunctie
Redenen om voor IVS te kiezen zijn:
- het niet bewust meemaken van de procedure
- het niets voelen van de behandeling.

De zwangerschapsduur is van grote invloed op de keuze: boven de 15 weken AM worden nog maar weinig behandelingen uitgevoerd zonder enige vorm van sedatie.

Echoscopie

De echoscoop is niet meer weg te denken bij de abortushulpverlening. Fouten bij de termijnbepaling komen daardoor niet meer voor. Gemelli, mola hydatidosa, EUG en afwijkende anatomie worden nu meestal preoperatief ontdekt. Peroperatieve echoscopische controle leidt tot (nog) minder complicaties.
Ook postoperatief en bij de nacontrole heeft de echoscoop zijn diagnostisch nut bewezen.

Methodes van zwangerschapsafbreking in abortusklinieken

Het is voor de huisarts zinvol te weten welke behandelmethodes gebruikelijk zijn en hoe zij uitgevoerd worden zodat hij daar goede voorlichting over kan geven. Voorkennis van de stappen in de behandeling schept vertrouwen bij de cliënte en werkt daardoor angstreducerend. Ook goede informatie over effecten en complicaties kan irreële fantasieën wegnemen en daardoor bijdragen aan de ontspanning tijdens en na de behandeling.

De volgende behandelmethodes komen aan de orde:
-    zuigcurettage
-    medicamenteuze abortus (de “abortuspil”)
-    dilatatie en evacuatie (D&E)

De genoemde drie behandelmethodes zijn gebonden aan fasen in de zwangerschap, zoals in het schema hieronder aangegeven. De abortuspil is toepasbaar tot 8 weken AM, de zuigcurettage tot 12 weken, D & E wordt gebruikt voor de periode van 13 tot 23 weken AM.
De zwangerschapsduur is aangegeven in conceptieweken en in amenorroeweken.
De vergunningverlening (zie WAZ) is ook in dit schema opgenomen.

schema: ABORTUS METHODE uitgezet tegen ZWANGERSCHAPSDUUR

schema methode/duur

Zuigcurettage

De eenvoudige zuigcurettage wordt verricht tot en met 12 weken AM (= 10 conceptie weken).

De stappen in de behandeling door middel van zuigcurettage zijn:

1.    Echoscopische vaststelling van een intra-uteriene zwangerschap van maximaal 12 weken AM.
2.    Stellen van de abortusindicatie middels een gesprek met de cliënte.
3.    Afwezigheid vaststellen van contra-indicaties voor zuigcurettage en lokale verdoving of sedatie.
4.    De vrouw met een zwangerschap van maximaal 8 weken AM kiest na voorlichting over zuigcurettage en medicamenteuze abortus voor de zuigcurettage.
5.    De vrouw kiest na voorlichting over lokale of algehele anesthesie voor een van deze opties, gesteld dat er geen contra-indicaties zijn.
6.    Uitvoering van de zuigcurettage onder lokale verdoving of sedatie
7.    Na 3 weken komt de cliënte voor controle bij huisarts of abortuskliniek.

Ad (1), (2) en (4): Zie sectie over medicamenteuze abortus.

Ad 3: Contra-indicaties voor een zuigcurettage:
- stollingsstoornis: gebruik van anticoagulantia dient in overleg met de voorschrijver gestaakt te worden
-    acute infectie met koorts: dit kan een zich ontwikkelende PID maskeren
- sikkelcel anemie; homozygoten mogen alleen onder extreme pijnstilling behandeld worden

Ad 5: contra-indicatie voor lokale verdoving is allergie voor het lokaal anestheticum; contra-indicaties voor IVS zijn allergie voor de medicamenten en een slechte cardiopulmonale conditie.

Ad 6: De behandeling bestaat uit het wegzuigen van de inhoud van de uterus, inclusief het endometrium, met een disposable kunststof buisje. Het zuigen duurt 1 minuut, de hele procedure in de behandelkamer (desinfectie, lokale verdoving, eventueel verzorging van IVS) duurt 10 tot 15 minuten.
Tot 8 weken AM bestaat de zwangerschap voor het blote oog louter uit een vruchtblaasje. Ongeveer tweederde van de vrouwen die zich laten aborteren bevinden zich in deze fase. Veelal gaan zij in op de uitnodiging het resultaat te bekijken en zijn dan zeer verrast en opgelucht dat slechts het chorion (“de vliezen”) met de fluwelige chorionvlokken (de latere placenta) zichtbaar is. Vanaf 8 weken AM is het embryo (meestal in deeltjes) zichtbaar in het curettement.
Als profylaxe krijgt de vrouw 1000 mg. azythromycine en 2000 mg. metronidazol.

Ad 7: Bij een vroege ingreep en geen noemenswaardige klachten, zal men voor de lichamelijke controle kunnen volstaan met het doen van een urine (βHCG) test. Anders wordt een VT verricht om een goede involutie van de uterus vast te stellen en een PID uit te sluiten. Een beetje bruinige, niet stinkende afscheiding kan zelfs na 3 weken nog wel als normaal gelden. Na de eerste menstruatie, die meestal 4 tot 6 weken na de ingreep komt, moeten deze klachten weg zijn.
Daarnaast blijkt het zeer nuttig om nog eens de anticonceptie te bespreken. Vaak is men op de behandeldag zo gespannen dat niet veel van de informatieverstrekking over anticonceptie is aangekomen bij de betrokkene. Veel niet-Nederlandse vrouwen hebben bovendien van huis uit geen enkele kennis van de anatomie van de vrouw en van haar cyclus en zijn niet gewend over anticonceptie te spreken. Het is logisch dat zij een groot risico lopen nogmaals onbedoeld zwanger te raken.


Medicamenteuze abortus: de “abortuspil”

Mifepriston (= Mifegyne®), in de praktijk meestal “de abortuspil” genoemd, is pas sinds 1999 geregistreerd voor gebruik in Nederland. Alleen instellingen met een vergunning in het kader van de WAZ kunnen het middel toepassen. Mifepriston bezet de progesteron-receptoren competitief, zonder zelf werkzaam te zijn. Verder maakt het de uterus gevoeliger voor prostaglandines.
Misoprostol (=Cytotec®) is een goedkoop, goed werkzaam en simpel bewaarbaar prostaglandine, dat in vele landen de enige (vaak illegaal) verkrijgbare “abortuspil” is in alle stadia van de zwangerschap. Het veroorzaakt krampen van de uterus. De tractus digestivus krampt vaak mee.
De drie belangrijkste conclusies uit het in 2002 door het NISSO verrichte onderzoek luiden:
-    Vrouwen die voor de abortuspil kiezen, blijken achteraf tevreden over hun keuze: 70% zou het weer zo kiezen (of een vriendin aanraden). Dit was in het onderzoek voor ruim 80% het geval bij vrouwen die voor zuigcurettage kozen. Zo’n 13% was echt teleurgesteld over de abortuspil, tegenover 3% teleurstelling over de zuigcurettage.
-    Het mislukkingpercentage van 2-4% (1% bij zuigcurettage) is acceptabel
-    De abortuspil is een goede aanvulling op het hulpverleningsaanbod.

De stappen in de behandeling met de abortuspil zijn:

1.    Echoscopische vaststelling van een intra-uteriene zwangerschap van maximaal 7 weken AM.
2.    Stellen van de abortusindicatie via een gesprek met de cliënte.
3.    Afwezigheid vaststellen van contra-indicaties voor medicamenteuze abortus
4.    De vrouw kiest na voorlichting over zuigcurettage en medicamenteuze abortus voor de behandeling met de abortuspil.
5.    Start van de behandeling:
Dag 1, in de kliniek:     - 1 tablet van 200 microgram van het anti-progesteron preparaat mifepriston oraal.
Dag 2,3 of4, thuis:     - 4 tabletten van 200 microgram misoprostol vaginaal, sublinguaal of oraal.
6.    Na circa 3 weken komt de cliënte voor controle bij huisarts of abortusarts.

Toelichting behandelstappen:

Ad 1: Hoewel vaginale echoscopie in het begin van de zwangerschap meer informatie geeft dan abdominale echoscopie, verdient het de voorkeur om eerst een buikecho te doen. Meestal geeft dit voldoende informatie. Vrouwen die de abortuspil kiezen vermijden vaak bij voorkeur doktersbehandeling. Als het medisch verantwoord is een vaginale echo achterwege te laten dan dient dit nagestreefd worden.
Hoewel het in andere landen gebruikelijk is de abortuspil te verstrekken tot 9 (Engeland) of meer weken (Scandinavië) is men in Nederland terughoudender. De reden hiervoor is dat het verschil in mislukkingen in vergelijking met de zuigcurettage onverantwoord groot is. Ca. 0% t.o.v. 4%.

Ad 2: De abortusarts dient de abortusindicatie te stellen conform de WAZ, zoals hierboven beschreven.

Ad 3: Contra-indicaties voor medicamenteuze abortus zijn:
-    stollingsstoornis / gebruik van anticoagulantia
-    IUD in situ
-    verdenking op PID
-    geen bereidheid borstvoeding 1 week te stoppen
-    EUG of dreigende abortus
-    insuline afhankelijke diabetes mellitus
-    bijnierziekte of gebruik van corticosteroïden
-    historie van ernstige lever-, long- of nierziekte
-    i.v.m. misoprostol: zware asthma bronchiale / glaucoom / mitraalstenose / sikkelcel anemie / hypotensie / allergie voor prostaglandines
-    cardiovasculaire ziekten: onbehandelde hypertensie (>140 systolisch of >90 diastolisch), hypertensie behandeld op chronische basis, congestief hartfalen, angina pectoris, klepziekten, arhytmie, historie van thrombo-embolie
-    de combinatie van: leeftijd >35 jaar + sigaretten rokend >20 /dag + risicofactor (diabetes mellitus / hyperlipemie / hypertensie / belaste familie-anamnese: <50 jr. †)
-    geen mogelijkheid af te zien van de volgende medicatie: salicylaten, anticoagulantia, uterotonica, antipsychotica

Ad 4: Plausibele redenen om voor de abortuspil te kiezen zijn:
-    weerstand tegen een chirurgische ingreep: angst, of abortuspil is “natuurlijker”
-    weerstand tegen de aanrakingen door een arts
-    voorkeur voor meer eigen initiatief in vertrouwde (huiselijke) omgeving
Plausibele redenen om voor de zuigcurettage te kiezen zijn:
-    direct (controleerbaar) resultaat
-    minder mislukking (1% tegenover 2-4%)
-    weerstand tegen medicamenten/ chemicalia/ “giffen”
-    liever kortdurende pijn, bij lokale verdoving, of geen pijn, bij IVS
NB: De dikwijls gehoorde veronderstelling dat pijn vermeden wordt met de abortuspil-procedure is onterecht. Voor vrouwen met grote angst voor pijn is een zuigcurettage onder IVS meestal een betere optie.

Ad 5: De abortuspil-procedure betekent in feite de toediening van meerdere pillen op twee momenten binnen 48 (72) uur:
Dag 1:    de dag dat de vrouw mifepriston slikt is “dag 1”.
Het is mogelijk dat ze misselijkheidsklachten krijgt en eventueel al wat bloedverlies. Zelden is op dag 3 de abortus al voltooid.
Dag 3:    - na 48 (24-72) uur worden 4 tabletten misoprostol vaginaal ingebracht of eventueel onder de tong gelegd of geslikt.
Het is waarschijnlijk dat de cliënte last krijgt van pijn in de buik (krampen). Vaak gaat dit gepaard met winderigheid, diarree en/of misselijkheid.
Bloedverlies kan optreden na de 4  tabletten misoprostol die wordt toegediend. Dit bloedverlies kan hevig zijn. Bij pijn wordt eventueel paracetamol gebruikt. Bij de meeste vrouwen (60-70%) vindt de abortus die dag nog plaats, bij de rest bijna altijd de volgende 24 uur.

Tot dag 10 wordt geslachtsgemeenschap, tampongebruik en zwemmen of baden afgeraden (douchen mag wel). Het bloedverlies duurt vaak langer; in dat geval moeten deze maatregelen ter preventie van bacteriële infecties gecontinueerd worden.

Ad 6: Drie weken na behandeling met de abortuspil (dag 22) of iets eerder gaat de vrouw ter controle naar de huisarts of de abortusarts. Bij 2-4% van de vrouwen is er reden om alsnog een zuigcurettage te verrichten, meestal wegens doorgaand bloedverlies. Natuurlijk wordt gelet op tekenen van een PID, hoewel dit maar zelden voor komt. Eigenlijk kan alles verlopen zoals bij een spontane abortus. Ook de complicaties, hevig bloedverlies en infectie, komen zoals bij spontane abortus meestal op basis van onvolledige uitstoting van de vrucht voor.
De menstruatie valt te verwachten 4 tot 6 weken na dag 1.
Als gekozen is voor de pil als anticonceptie kan de vrouw op dag 3 daarmee gestart zijn en een pilbloeding kunnen verwachten in de eerste pauzeweek.
Bij de controle zal met name aandacht moeten zijn voor de gevoelens waarmee de vrouw terugkijkt op haar genomen beslissing. Voor velen is het een zeer emotionele ervaring waarbij een begripvolle reactie van de huisarts veel goed kan doen.
Voor evaluatie van de beleving en verwerking van de behandeling en bespreking van de anticonceptie geldt hetzelfde als aangegeven bij de controle na de zuigcurettage.

Dilatatie & evacuatie (D&E): aspirotomie en Finksmethode

De stappen in de behandeling door middel van D&E zijn gelijk aan die van de zuigcurettage, met uitzondering van stap (6): de techniek. De behandeling met de D&E methode voor abortussen vanaf 13 tot 22 weken AM verloopt als volgt:
Vanaf 13 weken zijn de benige foetale delen zo hard dat zuigcurettage niet voldoet. Forcipale destructie van de foetus met uitruiming van de uterus (procedure volgens Finks) is de te volgen methode. Tot 18 weken kan voor aspiratie van vruchtwater en van de "gecrushte" foetale delen gekozen worden. Bij deze "aspirotomie" methode kan de dilatatie van de cervix minimaal blijven (10 – 13 mm.). Boven de 18 weken gebeurt de uitruiming altijd forcipaal. Boven de 18 weken (en sommigen prefereren al eerder) wordt altijd het prostaglandine misoprostol gegeven om de cervix te verweken. Misoprostol wordt circa 1 of 2 uur van tevoren vaginaal, sublinguaal of oraal toegediend. Toediening per os blijkt vaker te leiden tot gastro-intestinale bijwerkingen zoals braken en diarree.
Het merendeel van de behandelingen gebeurt onder intraveneuze sedatie. Meestal zal dit samengaan met intracervicale toediening van een lokaal anestheticum gemengd met (nor)adrenaline. Dit laatste draagt samen met snelle volledige evacuatie van zwangerschap en endometrium bij aan het opvallend geringe bloedverlies: ook bij 22 weken overschrijdt het bloedverlies de 250 ml gewoonlijk niet.
In bijna alle klinieken waar tweede trimester abortussen worden verricht is de behandeling poliklinisch, zodat de cliënte na 1 tot 3 uur uitslapen en observatie weer naar huis kan. Cliënte krijgt antibiotica-profylaxe (1000 mg. azythromycine en 2000 mg metronidazol).

Complicaties: therapie en preventie

Complicaties na een mechanische abortus worden verdeeld in directe (binnen het eerste uur), late (na 3 weken) en vroege (daartussen in) complicaties.
De huisarts krijgt per definitie niet te maken met directe complicaties. Dit zijn bloeding (>500 cc), perforatie, cervixscheur en complicaties door de lokale verdoving of de IVS.
Vroege complicaties betreffen bloedverlies en infecties.
Hevig bloedverlies komt het meest voor bij de medicamenteuze abortus. Meestal ligt onvolledige uitstoting van het zwangerschapsweefsel daaraan ten grondslag. Als bloedverlies aan de orde is na een mechanische abortus komt dat ook vaak door onvolledige uitruiming. Nacurettage verhelpt dit probleem. Wel normaal is een soms forse en pijnlijke onttrekkingsbloeding die 3 tot 7 dagen na de ingreep optreedt door afsterven van het corpus luteum. Dit normale bloedverlies duurt 1 of 2 weken en eindigt vaak met bruinige afscheiding.
Bij heftig bloedverlies kort na een 2e trimester abortus moet aan verbruikscoagulopathie gedacht worden. Dit behoeft acute bloedtransfusie. Meestal zal dit probleem nog in de kliniek aan het licht komen (directe complicatie), maar het kan zich ook pas na ontslag ontwikkelen.
Infecties uiten zich klassiek met de trias: buikpijn, koorts en stinkende fluor. Het is echter aangetoond dat een PID ook vrijwel zonder symptomen kan voorkomen. Het is daarom dat alle cliënten op de behandeldag profylactisch 1000 mg. azythromycine en 2000 mg. metronidazol krijgen. Van dit regiem is aangetoond dat het in aanzienlijke mate een opstijgende infectie voorkomt en door de korte duur geen last heeft van gebrekkige therapietrouw. Een eventuele aanwezige chlamydia trachomatis infectie wordt hierdoor ook (tijdelijk) genezen. Het zou natuurlijk sterk de voorkeur genieten om systematisch te kweken, maar tot nog toe is de overheid niet bereid gebleken dit te willen financieren. Omdat in de abortuspopulatie zeker 7% van de vrouwen Chlamydia positief is zou kweken en de mogelijkheid tot partner behandeling overigens duidelijk kosteneffectief zijn.
Wat de van vroeger bekende late complicaties betreft kan uit de literatuur geconcludeerd worden dat vrouwen die een abortus d.m.v. zuigcurettage hebben ondergaan geen aantoonbaar grotere kans hebben  onvruchtbaar te worden, buitenbaarmoederlijk zwangerschappen te krijgen, of vergrote kans hebben op spontane abortussen of partus immaturus dan vrouwen zonder eerste trimester abortus in de anamnese.

<!--[if gte mso 9]> Normal 0 21 false false false MicrosoftInternetExplorer4 <![endif]--><!--[if gte mso 9]> <![endif]--><!-- /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman"; mso-fareast-font-family:"Times New Roman";} @page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;} div.Section1 {page:Section1;} --><!--[if gte mso 10]> <! /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:""; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman"; mso-ansi-language:#0400; mso-fareast-language:#0400; mso-bidi-language:#0400;} --> <!--[endif]-->Ò